|
Ontwikkeling landschap Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug heeft een grote verscheidenheid aan landschappen. Zo is er natuurlijk de zeer herkenbare en zichtbare stuwwal. Maar ook heidevelden, stuifzanden en uiterwaarden maken deel uit van het Nationaal Park.
Maar, hoe is dit gebied ontstaan?
 |
De bodem van de Heuvelrug laat nog veel zien van de ontstaansgeschiedenis. De heuvelrug is een stuwwal, ontstaan in de voorlaatste ijstijd. Vóór die ijstijd konden de Rijn en de Maas vrij naar het noorden stromen. Ze hadden dikke lagen fijn- en grofzand afgezet. In de ijstijd schoof vanaf de poolkap een grote gletsjer zuidwaarts. Deze ijslob schoof de lagen grof en fijn zand voor zich uit, en uiteindelijk omhoog. Net zoals in de bergen staan nu aardlagen scheef of zelfs verticaal. Let er maar eens op: het ene stuk van een wandelpad heeft soms veel grind en het andere stuk niet. U loopt dan over de zijkant van die aardlagen.
Toen het warmer werd, smolt de gletsjer. Het smeltwater zocht zijn weg naar de randen van de stuwwal en sleet diepe dalen in de ondergrond uit. Hierdoor ontstonden de smeltwaterdalen zoals bij de Darthuizerpoort in Leersum. Deze poort is te herkennen als lage onderbreking van de stuwwal. Door dit dal is de weg Leersum – Maarsbergen aangelegd (N226).
Maar daarmee was de koude geschiedenis van de Utrechtse Heuvelrug nog niet afgelopen. In de laatste ijstijd kwam het ijs niet meer tot aan de heuvelrug, maar was de bodem wel permanent bevroren en heersten er vaak harde winden. In dat klimaat zijn metersdikke lagen zand op de heuvelrug afgezet.
Na de ijstijd ontstond er geleidelijk een gematigd zeeklimaat. Grote delen van ons land raakte bedekt met bos. Tot de mens met zijn vee verscheen. Zij kapten het bos en lieten hun vee op de droge heuvelrug grazen waardoor er geleidelijk heidevelden ontstonden. Door overbegrazing raakte de grond kaal en ging het zand stuiven. Zo ontstonden in de late middeleeuwen op de Veluwe en de Heuvelrug de stuifzanden. De heideplaggen en de schapenmest maakten onderdeel uit van het zogenaamde potstalsysteem. Met de mest uit de potstallen werden de akkers aan de rand van de stuwwal, de zogenaamde engen, bemest. De heuvelrug was dus gedurende vele eeuwen een zeer open, vrijwel boomloos landschap.
In de loop van de vorige eeuw nam het belang van de heidevelden af door de ontdekking van kunstmest. Dit maakte de weg vrij voor bebossing van de ‘woeste grond’. De huidige bossen op de heuvelrug zijn voor het grootste gedeelte zo’n honderd jaar geleden aangelegd, oorspronkelijke bossen hebben we hier niet meer.
Aan de zuidkant van Rhenen tot Amerongen grenst de Nederrijn met haar uiterwaarden aan de stuwwal. Dit is één van de weinige plekken in Nederland waar bij hoogwater de rivier direct de stuwwal raakt. Deze gronden zijn onderdeel van het natuurontwikkelingsproject Noordoever-Nederrijn en behoren bij Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug.
|