|
Dieren Het Nationaal Park is omringd en doorsneden door wegen. Dit maakt het voor dieren lastig om zonder kleerscheuren van de ene kant naar de andere kant van het gebied te komen.
Toch komen er veel dieren voor in het Nationaal Park.
Het grootste zoogdier dat in het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug leeft is het ree. De stand is behoorlijk hoog: zo’n 5 tot 10 reeën per honderd hectare. Van de roofdieren komt de vos het meest voor.
 |
De das leidt een meer verborgen leven. Er zijn al enkele burchten in het gebied gevonden. Het aantal dassen binnen het Nationaal Park lijkt te groeien, maar is nog altijd gering van omvang en kwetsbaar. Het aantal staat onder druk van het verkeer en te intensief agrarisch gebruik van de graslanden.
In de boomtoppen zijn de eekhoorn en de zeldzame boommarter te vinden. Vooral de boommarter stelt hoge eisen aan zijn leefomgeving en voor hem valt er nog wel wat te verbeteren. Tot en met de jaren ’50 waren er waarnemingen bekend. Tussen de jaren ’50 en ’80 leek hij (vrijwel) verdwenen. Sinds de jaren ’80 is de boommarter weer in het gebied gevestigd.
Er zijn ook andere marterachtigen te vinden: de bunzing, de wezel en de hermelijn. De levendbarende hagedis en zandhagedis zijn vrij algemeen in het Nationaal Park. Ze leven op de heide en in stuifzandgebieden, maar maken ook gebruik van de brede, zonnige wegen door het bos om zich te verplaatsen. Ook de hazelworm komt in het gehele gebied voor.
Bij het water vindt u de bruine kikker en de gewone pad. De heikikker komt alleen voor op het Leersumse Veld en hier en daar op de randen van de heuvelrug. In vennen en poelen komen de grote en de kleine watersalamander voor.
 |
Een groep die zich makkelijker laat zien zijn de vogels. Er broeden meer dan 100 vogelsoorten in het Nationaal Park. De meest zeldzame soorten komen voor bij het water. Op en langs de vennen van het Leersumse Veld broeden o.a. de geoorde fuut, de dodaars, de blauwborst, geelgors en wintertaling.
Bij kasteel Amerongen ligt de Amerongse Bovenpolder, van het Utrechts Landschap. Daar is door graafwerk een zogenaamd kwelmoeras gemaakt. Zuiver water uit de stuwwal komt daar naar boven. Hier kunt u bijzondere vogelsoorten zien als de lepelaar, watersnip, zomertaling, tureluur, waterral, porseleinhoen, kleine plevier en grote aantallen kluten. Zelfs de visarend, de kwartelkoning en zeer recent ook het woudaapje zijn er gesignaleerd.
In de bossen komen vogels vooral voor in oudere bomen, landgoedbossen en lanen. De glanskop, boomklever, kleine bonte specht, groene specht, en de grauwe vliegenvanger zijn opvallende soorten van de loofbossen. In de oudere naaldbossen zijn zwarte mees, kuifmees, vuurgoudhaan en kruisbek aan te treffen. De raaf heeft na een herintroductie in de jaren zeventig zijn plek weer gevonden op de Utrechtse Heuvelrug. Door het ouder worden van de bossen en een gericht beheer worden de bossen steeds rijker aan vogels. De zwarte specht - die steeds meer voor komt - is een goede graadmeter voor de natuurwaarde van bossen. Uitgehakte holen in bomen zijn later geschikte verblijfplaats voor bijvoorbeeld vleermuizen of boommarters.
 |
Heidevelden, schrale graslanden en vennen zijn een prima leefgebied voor vlinders en libellen. Hier vinden we heideblauwtje, heivlinder, zandblauwtjes, maanwaterjuffer, venglazenmaker, venwitsnuitlibel en de noordse witsnuitlibel.
Hier vindt u een lijst met waarnemingen in onder andere het Nationaal Park
|